|
Over mijn werk |
|
De mens bepaalt het moment van sterven: uit angst of voor consumptie. Aan de andere kant is de mens gefascineerd door de dierenwereld; haar schoonheid, haar kracht en haar kunnen. In mijn werk gaat het over de machtsverhouding tussen mens en dier. Van een mens probeer ik een dier te maken en van een dier een mens om zo de ontstane verhouding in een ander verbeeldend evenwicht te trekken. Tussen leven en dood ligt het gebied van sterven. Sterven gaat gepaard met hoop, wanhoop, angst, strijd, ontkenning, ongrijpbaarheid en kwetsbaarheid. Om dit gebied tussen leven en dood te verbeelden gebruik ik het menselijk lichaam als metafoor voor het leven, het dier voor de dood; de mens als vitaal en machtig, verleidelijk en sterk, het dier onmachtig, kwetsbaar en mystiek. Het gebied van mijn verbeelding trekt de dode terug in het leven en geeft het warmte, koestering en bescherming. Door een constante wisseling van 2‐ en 3‐dimensionaliteit transformeer ik de mens tot een ding en de dieronderdelen tot een levend organisme. Ik speel met echt en onecht, met waar en nietwaar, met fantasie en werkelijkheid, een mythische wereld verbeeldend.
|